Mest

Voordat je mest wil gaan gebruiken is het misschien handig om te weten hoe de bodemgesteldheid is. Dit kan je laten testen. Al naar gelang de uitslag kan je dan de juist (hoeveelheid) mest gaan gebruiken. Houdt ook rekening met overbemesting.

Mest bestaat over het algemeen uit min of meer verteerde dierlijke uitwerpselen al of niet vermengd met stro. Het maakt de bodem vruchtbaarder of losser. Andere mestsoorten zijn compost (de vergane resten van planten) of kunstmest. Vloeibare mest wordt drijfmest, gier of aalt genoemd. Stalmest en kippenmestvallen onder de noemer stapelbare mest.

Chemisch gezien is mest een mengsel van water, mineralen, en organische stof. Belangrijke elementen in mest zijn stikstof, fosfor, kalium en magnesium. Daarnaast komen de sporen-elementen ijzer, zink, koper, molybdeen, boor en kobalt in meer of mindere mate voor.

Turfmolm- of strooisel zijn eigenlijk geen mestsoorten. Ze verhogen wel het humusgehalte van de grond.  Kleigronden, zoals bij ons, worden doorlatender. De turfmaterialen zorgen er wel voor dat de grond zuurder wordt (pH verlagend).

Paardenmest
Paardenmest is tegenwoordig de belangrijkste soort stalmest. De meeste paardenmest wordt gebruikt voor de champignonteelt. Vroeger werd paardenmest ook gebruikt voor het opwarmen van broeibakken voor de teelt van komkommers. Paardenstalmest gaat namelijk zeer gemakkelijk broeien door de aanwezige ammoniak en bacteriën.

Rundermest

Tegenwoordig worden koeien vooral in een ligboxenstal gehouden, waar geen stro wordt gebruikt en waarbij de mest in een mestkelder wordt opgeslagen. Deze mest wordt drijfmest genoemd. In de biologische sector wordt een potstal gebruikt. Runderstalmest heeft afhankelijk van de voeding van de koe een verschillende samenstelling. Wordt eiwitrijk voer gegeven dan heeft de stalmest ook een hoger stikstof- en fosforzuurgehalte.

Kippenmest

De uitwerpselen van kippen eventueel gemengd met strooisel. Kippen produceren geen vloeibare maar vaste urine. Het witte deel van de mest bestaat uit urine. De kippenmest bevat daarom in verhouding met stalmest veel ammoniak. Kippenmest kan gebruikt worden voor bemestingsdoeleinden, maar kan ook verbrand worden.

Champignonmest

Ook wel Champost genaamd, wordt vaak verward met compost. Nochtans zijn er grote verschillen. In tegenstelling tot “echte compost” is champignonmest niet gemaakt op basis van uitsluitend plantaardige stoffen. Champignons worden namelijk gekweekt op paardenmest die samen met stro, kalk en kippenmest gecomposteerd worden. Bij het afleveren bij een champignonkweker wordt de compost voorzien van een laagje dekaarde waarin champignonmycelium groeit en die als vochtbuffer dienstdoet. De mest wordt dan na de oogst weer verkocht als champost. De mest moet je niet gebruike op gronden met een redelijk hoog pH gehalte. Champost is onkruid- en ziektevrij door verhitting tot 70°C na de teelt van champignons. Champost is een goede bodemverbeteraar door het hoge organisch stofgehalte. Lees meer

Groenbemesting

is het telen van planten op een stuk grond om deze vervolgens onder te ploegen. Dit wordt gedaan om het percentage organische stof en het stikstofgehalte in de bodem te verhogen. Een deel van die organische stof wordt in de bodem omgezet in humus. Groenbemesters zijn :

Vlinderbloemigen verhogen het stikstofgehalte en of wortelen diep(Lupine, Wikke, Klavers),

Niet vlinderbloemigen verhogen  het organische stofhgehalte (Grassen, Rogge, Rammenas, Gele mosterd, Facelia)

Kunstmest

zijn alle voedingselementen die kunstmatig gewonnen worden. Chilisalpeter is bijvoorbeeld van organische oorsprong maar wordt kunstmatig in een fabriek verwerkt en het krijgt dan ook de naam kunstmest mee. Dit in tegenstelling tot organische mest; de uitwerpselen van dieren en gefermenteerde resten van planten en dieren. Bijna alle kunstmeststoffen zijn zouten en worden in de gangbare landbouw gebruikt. In de biologische landbouw wordt kunstmest niet gebruikt

Compost

Verbetert de structuur en is een donkerbruin tot zwart, kruimelig product dat bestaat uit plantaardige resten zoals selectief ingezamelde groenten, fruitschillen, grasmaaisel, bladeren en snoeihout die door micro-organismen bijna tot humus zijn afgebroken. Compost bevat veel organische stof en     wordt over de bovenlaag uitgestrooid. Het is een humusproduct dat organismen bevat en gemineraliseerde elementen die voedsel zijn voor planten. Compost is 100% natuurlijk.

Plantengier

en -extracten zijn, anders dan gier van dierlijke oorsprong, volledig plantaardig (met uitzondering van soms toegevoegde eierschalen). Brandnetelgier is wel de meest bekende. De benodigde plantendelen laat men 1 tot 2 weken in een niet te koude ruimte staan in een emmer met (regen)water die wordt afgesloten met een deksel of een doek. Dagelijks eenmaal roeren. Voorbeelden zijn :

  • brandnetel – tegen luizen en bemest de aarde
  • kamille – tegen luizen
  • alsem – tegen rupsen en bladluizen en galmijt op bramen
  • smeerwortel – brengt kalium in
  • goudsbloem – plantversterkend
  • citrusschillen – tegen schurft
  • knoflook – tegen schimmels, met name meeldauw en roest

Afhankelijk van de gebruikte planten kunnen plantengieren een zeer sterke oplossing worden en ook gevaarlijk voor de huid en slijmvliezen. Ze dienen te worden verdund voor ze op de plant wordt verneveld of aan de bodem toegediend.

Website design by SiteRefresh.nl